NL | FR
Tussen Europese ambitie en economische realiteit
  • Rik Willems 

  • Jaargang 38, nummer 2, april 2026

Als cardiologische gemeenschap bevinden we ons op een kruispunt. Terwijl de maatschappelijke en wetenschappelijke vooruitgang de overlevingskansen van de patiënten met hart- en vaatziekten decennialang heeft verbeterd, worden we vandaag geconfronteerd met een paradox: een hernieuwde politieke ambitie op het hoogste niveau die schril afsteekt tegen een economische realiteit.

Het Europese 'Safe Hearts Plan' vertaald op maat

Met grote belangstelling volgden we in december de lancering van het nieuwe Europese cardiovasculaire gezondheidsplan, 'Safe Hearts'. De Europese Commissie erkent hiermee dat hart- en vaatziekten een belangrijke volksgezondheidsuitdaging binnen de EU vormen. Hart- en vaatziekten zijn de belangrijkste doodsoorzaak binnen de EU en gaat gepaard met een belangrijke kostprijs.

Het EU-plan is gebouwd op drie pijlers: preventie, vroege detectie en hoogwaardige zorg. De doelstellingen zijn ambitieus: een vermindering van de cardiovasculaire mortaliteit met 20 % tegen 2035 en een strikte controle van risicofactoren zoals hypertensie en diabetes bij minstens 70 tot 80 % van de patiënten. Voor ons als cardiologen is dit plan een cruciaal baken; het biedt een raamwerk voor grensoverschrijdende samenwerking, standaardisering van screeningprotocollen en versnelde toegang tot innovatie via het 'Biotech Act' en de 'Critical Medicines Act'.

In lijn met deze Europese visie werkt de Belgian Society of Cardiology (BSC), samen met de Belgische Cardiologische Liga en de Belgian Alliance for Cardiovascular Health (BACH), aan een voorstel om te komen tot een Belgisch Cardiovasculair Gezondheidsplan. De cijfers voor België zijn immers even ontnuchterend: meer dan een miljoen Belgen leven met hart- en vaatziekten, wat jaarlijks leidt tot 30 000 overlijdens en een ziektelast van 4,5 miljard euro.

De BSC stelt vijf prioriteiten voor om de Europese ambitie te halen:

  1. Interfederale coördinatie: Een nationaal plan met duidelijke financiering en een interfederaal bestuursorgaan.
  2. Levensloopstrategie: Gezondheidseducatie vanaf de kleuterschool en een striktere regulering van tabak, alcohol en ongezonde voeding.
  3. Proactieve risicodetectie: Het invoeren van een 'cardiovasculaire gezondheidscheck' in de eerste lijn en het gebruik van barometers om resultaten te monitoren.
  4. Kwaliteitsvolle preventie: Multidisciplinaire hartrevalidatie en gestructureerde secundaire preventie als standaardzorg.
  5. Datagedreven ecosysteem: Investering in data-infrastructuur voor vroege detectie en gepersonaliseerde zorg.

Een crisis in vertrouwen: de paradox van de besparingen

Zowel in het federaal regeerakkoord als in de beleidsnota van Minister Vandenbroucke is er steun voor de ontwikkeling van een Belgisch cardiovasculair gezondheidsplan. Door de economische situatie lijkt er echter een kloof te bestaan tussen visie en uitvoering. Voor een succesvol cardiovasculair plan is wederzijds vertrouwen tussen de politiek en de wetenschappelijke verenigingen essentieel. Momenteel lijkt dat vertrouwen echter onder druk te staan door de economische situatie en de noodzaak tot besparingen.

Dit wordt geïllustreerd door de recente besparingsmaatregelen in de cardiologie. In de begroting voor 2026 wordt onze sector zwaar getroffen door lineaire ingrepen: een vermindering van de vergoeding voor echocardiografie met 5,8 miljoen euro en voor ecg met 2,2 miljoen euro. Deze maatregelen voelen in de praktijk aan als een gebrek aan vertrouwen en een beschuldiging van overconsumptie.

Nog problematischer is de houding van het kabinet rond de terugbetaling van statines en andere lipidenverlagende medicatie. De beslissing om statines en andere cholesterolverlagers te verplaatsen van categorie B (80 % terugbetaling) naar categorie C (50 % terugbetaling) voor een grote groep patiënten en de recent verstrengde administratieve maatregelen voor tweedelijns lipidenverlagende medicatie getuigen van een diep wantrouwen tegenover het medisch voorschrijfgedrag. De minister suggereerde herhaaldelijk dat er sprake zou zijn van wijdverspreid overgebruik bij laagrisicopatiënten, gebaseerd op een enge interpretatie van KCE-rapporten.

De BSC en de Belgische Cardiologische Liga hebben hier terecht scherp op gereageerd. Het indelen van statines in categorie C - de categorie voor een 'symptomatische' behandeling - miskent de bewezen therapeutische waarde van deze middelen in zowel primaire als secundaire preventie. Deze maatregel treft bovendien de meest kwetsbare patiënten sociaal-economisch het hardst en dreigt ertoe te leiden dat patiënten hun levensreddende behandeling stopzetten uit financiële overwegingen of door publieke twijfel aan het nut ervan.

De hand in eigen boezem: naar een medisch verantwoorde toekomst

Toch mogen we als cardiologische wereld de hand ook in eigen boezem steken. De politieke argwaan komt niet uit de lucht vallen. Rapporten tonen duidelijke en soms onverklaarbare geografische variaties in de consumptie van cardiologische verstrekkingen, zowel binnen België als in vergelijking met buurlanden. Deze variaties zouden inderdaad kunnen wijzen op een niet-optimale benutting van middelen.

Het is onze verantwoordelijkheid om het vertrouwen te herstellen door zelf het voortouw te nemen in het verantwoordelijk en wetenschappelijk correct gebruik van middelen. We moeten blijven streven naar medisch verantwoord werken, gebaseerd op gedragen richtlijnen en transparante data. Hiervoor hebben we meer granulaire data nodig, een dringende opdracht voor de overheid!

Aucun élément du site web ne peut être reproduit, modifié, diffusé, vendu, publié ou utilisé à des fins commerciales sans autorisation écrite préalable de l’éditeur. Il est également interdit de sauvegarder cette information par voie électronique ou de l’utiliser à des fins illégales.