NL | FR
Samen bouwen aan de zorg van morgen: verpleegkundige rollen in de cardiologie krijgen vorm
  • Jimmy Jacobs

  • Jaargang 38, nummer 4, juni 2026

Binnen het zorglandschap in België winnen digitalisering en datagedreven opvolging snel aan belang, financieringsmodellen worden herbekeken, ziekenhuisnetwerken nemen verder vorm en zorg verschuift steeds meer richting transmuraal georganiseerde zorgtrajecten. Deze evoluties creëren nieuwe mogelijkheden, maar vragen tegelijk een andere organisatie van zorg en van de rollen binnen het zorgteam.

Binnen die context heeft ook de rol van de verpleegkundige de voorbije decennia een grote evolutie doorgemaakt. Waar de inzet oorspronkelijk sterk afgebakend was binnen de klassieke verpleegkundige zorgen, zien we vandaag een veel bredere betrokkenheid in de opvolging en organisatie van de zorg. Die evolutie is in belangrijke mate gegroeid vanuit de praktijk zelf.

De gespecialiseerd verpleegkundige

In de cardiologie is dit onder andere zichtbaar in domeinen zoals hartfalenunits, device-follow-up, VKF-klinieken en TAVI-teams, waar verpleegkundigen ingezet worden in meer gespecialiseerde functies. Ze nemen een actieve rol op in patiënteducatie en therapie-opvolging, steeds in nauwe samenwerking met de artsen. Ook binnen kwaliteitsprojecten, klinisch-wetenschappelijk onderzoek (study-nurses) en de ondersteuning van dataverzameling en -beheer zijn zij uitgegroeid tot een belangrijke pijler.

Dit heeft ook binnen de cardiologie geleid tot het profiel van de gespecialiseerd verpleegkundige: een verpleegkundige met domeinspecifieke kennis en ervaring, die een centrale rol speelt in de ondersteuning en structurering van complexe zorgprocessen. In veel cardiologische diensten zijn deze profielen vandaag essentieel geworden en leveren ze een meerwaarde voor de kwaliteit, veiligheid en continuïteit van zorg.

Het huidige regelgevend kader voor gespecialiseerde verpleegkundigen in Belgische ziekenhuizen is echter gebaseerd op een statische lijst van erkende bijzondere beroepstitels (BBT) en bijzondere beroepsbekwaamheden (BBK), zoals vastgelegd in het koninklijk besluit van 27 september 2006. Deze titels zijn gekoppeld aan specifieke domeinen zoals intensieve zorgen, spoedgevallenzorg, geriatrie of oncologie. Hoewel dat systeem een duidelijk referentiekader biedt, is het te rigide en past het niet langer bij de realiteit van de huidige zorg.

De zorgcontext evolueert namelijk snel: nieuwe domeinen ontstaan, zorgprocessen worden multidisciplinair georganiseerd en de complexiteit van zorg bevindt zich ook op diensten die traditioneel niet onder een BBT-norm vallen, zoals bij uitstek binnen de cardiologie. Daarnaast is het huidige kader rond erkenning en financiering gefragmenteerd en onvoldoende afgestemd op deze hedendaagse evoluties.

De verpleegkundig specialist

De uitrol van het werkingskader rond de verpleegkundig specialist, niet te verwarren met de gespecialiseerde verpleegkundige, kan in dat opzicht worden gezien als een volgende stap. In België krijgt deze rol vandaag geleidelijk vorm, gedragen door initiatieven vanuit het veld en ondersteund door het koninklijk besluit van april 2024. Dit besluit creëert een wettelijk kader voor de uitbreiding van klinische bevoegdheden. De verdere operationalisering van deze rol, onder meer via een eigen RIZIV-nummer en de mogelijkheid tot het stellen van bepaalde medische handelingen zoals het voorschrijven van medicatie, wordt stapsgewijs ingevoerd vanaf 2026.

De verpleegkundig specialist is een masteropgeleide verpleegkundige die, binnen een afgebakend kader, bijkomende bevoegdheden kan opnemen. Het onderscheidend vermogen van de verpleegkundig specialist ligt in een verhoogde graad van autonomie en verantwoordelijkheid, aangevuld met rollen in klinisch leiderschap en kennisdeling.

De bevoegdheden, inclusief het voorschrijven van medicatie, worden lokaal vastgelegd in een interprofessionele samenwerkingsovereenkomst (IPSO). Dit vormt een concreet werkdocument waarin per zorgcontext wordt bepaald welke handelingen de verpleegkundig specialist kan opnemen, voor welke patiëntengroepen en onder welke voorwaarden, inclusief afspraken rond overleg, supervisie en verantwoordelijkheid tussen arts en verpleegkundig specialist.

Een belangrijk onderscheid met de gespecialiseerd verpleegkundige ligt in de aard van de opleiding. Waar de gespecialiseerd verpleegkundige zijn expertise ontwikkelt binnen een specifiek klinisch domein, vertrekt de verpleegkundig specialist vanuit een generieke academische opleiding. De domeinspecifieke kennis die nodig is binnen een domein zoals cardiologie wordt in belangrijke mate opgebouwd via eerdere ervaring en/of bijkomende opleiding in het werkveld.

Telemonitoring bij hartfalen

Een concreet voorbeeld waarin deze evoluties samenkomen, is de recente uitrol van telemonitoring bij chronisch hartfalen in België. Sinds 1 januari 2025 voorziet het RIZIV in een financiering voor ziekenhuizen die patiënten opvolgen na hospitalisatie wegens hartfalen. Hierbij worden patiënten in de thuissituatie opgevolgd via gestandaardiseerde parameters, met als doel vroegtijdig klinische achteruitgang op te sporen en hospitalisaties te vermijden.

Recente studies, waaronder die van Yun et al.2 in The Lancet Digital Health, tonen aan dat een combinatie van telemonitoring en tele-interventie het risico op nieuwe fatale en niet-fatale cardiovasculaire events na een recente hartfalenhospitalisatie significant kan verminderen.

Binnen deze programma's staat de rol van de gespecialiseerd verpleegkundige centraal. Zij nemen een belangrijk deel van de opvolging op, interpreteren gegevens, onderhouden contact met de patiënt en zorgen voor tijdige terugkoppeling naar de arts en patiënt. Voor hartfalenverpleegkundigen bestaat in België reeds een specifieke postgraduaatsopleiding en binnen de RIZIV-overeenkomst rond telemonitoring en hartfalen wordt expliciet verwezen naar hun aanwezigheid als essentieel onderdeel voor erkenning.

Het zorgtraject telemonitoring illustreert hoe ook de cardiologische zorg evolueert naar een meer continue, gestructureerde en teamgebaseerde opvolging. Binnen die context nemen gespecialiseerde verpleegkundigen vandaag reeds een centrale rol op en ontstaat er ruimte voor een verdere ontwikkeling van nieuwe functies. Voor cardiologische diensten ligt hier een duidelijke opportuniteit.

Conclusie

Het optimaal benutten van het aanwezige talent en de expertise binnen het verpleegkundige team, en het doelgericht vormgeven van een helder kader rond de verschillende rollen, zullen in belangrijke mate bepalen hoe we de kwaliteit en toegankelijkheid van zorg kunnen waarborgen in een steeds complexere, meer transmurale en datagedreven cardiologische zorgcontext.

De verdere uitbouw van de rol van de verpleegkundig specialist vraagt aandacht voor de randvoorwaarden die bepalend zijn voor een duurzame implementatie. Deze rol moet worden gepositioneerd als een versterkende schakel binnen de zorg, zonder de rol van de arts-specialist te vervangen. De arts-specialist blijft verantwoordelijk voor de medische strategie, complexe besluitvorming en de supervisie van het zorg traject, terwijl de verpleegkundig specialist, binnen een duidelijk omschreven mandaat, instaat voor gespecialiseerde opvolging, educatie, coördinatie en afgebakende klinische handelingen.

Heldere afspraken rond rolafbakening, verantwoordelijkheid en samenwerking zijn daarbij essentieel, evenals transparantie naar de patiënt, een doordachte organisatorische en financiële inbedding en aandacht voor opleiding en teamdynamiek. Wanneer deze elementen bij de start expliciet worden meegenomen en gedragen door het zorgteam, kan de verpleegkundig specialist zich verder ontwikkelen als een complementaire en versterkende rol binnen de cardiologische zorg, in het belang van zowel de patiënt als de zorgorganisatie.

Referenties

  1. De gespecialiseerd verpleegkundige. Bouwstenen voor een duurzaam en generiek beleidskader (2026). Zorgnet-Icuro.
  2. Yun S, Comín-Colet J, Calero-Molina E, Hidalgo E, José-Bazán N, Cobo Marcos M, et al. Evaluation of mobile health technology combining telemonitoring and teleintervention versus usual care in vulnerable-phase heart failure management (HERMeS): a multicentre, randomised controlled trial. Lancet Digit Health. 2025 May;7(5):100866.

Aucun élément du site web ne peut être reproduit, modifié, diffusé, vendu, publié ou utilisé à des fins commerciales sans autorisation écrite préalable de l’éditeur. Il est également interdit de sauvegarder cette information par voie électronique ou de l’utiliser à des fins illégales.