Gezien de hoge prevalentie van ijzertekort bij hartfalenpatiënten, is
systematische screening naar ijzertekort ongeacht de aanwezigheid van
anemie noodzakelijk. Deze aanpak laat toe kandidaten te identificeren voor
intraveneuze therapie met ijzer (III)-carboxymaltose met als doel surrogaateindpunten
te verbeteren.
1 Inleiding
IJzertekort is een van de meest frequente
nutritionele deficiënties. Wereldwijd lijden
meer dan twee miljard mensen aan
ijzertekort.1 Vooral kinderen, jongvolwassenen,
bejaarden, vrouwen in de vruchtbare
periode of zwangerschap en personen
met een chronisch inflammatoire
aandoening zijn vatbaar voor ijzertekort.2
Naast een essentiële rol als bouwsteen
tijdens de erythropoiesis, speelt ijzer ook
een belangrijke rol in het zuurstoftransport,
de mitochondriale functie, de synthese
en biodegradatie van eiwitten, in
lipiden en RNA/DNA, in de normale
functie van skelet- en hartspierweefsel,
de schildklierfunctie, de integriteit en
functie van het centraal zenuwstelsel en
ten slotte ook in het immuunsysteem.3, 4
Ondanks het pleiotrope effect van ijzer
in het lichaam is er een voorrang van de
ijzerreserves als substraat bestemd voor
de erythropoiesis. Op deze manier zal
een gestoorde erythropoiesis met het ontwikkelen
van ferriprieve anemie zich pas
laat manifesteren in het ziekteproces van
ijzertekort.4 Patiënten met hartfalen zijn
extreem gevoelig voor het ontwikkelen
van ijzertekort. IJzertekort wordt in deze
populatie gerapporteerd bij 30 tot 50 %
van de patiënten.5, 6 Deze ijzerdeficiëntie
wordt beschouwd als een van de meest
frequente comorbiditeiten binnen het
hartfalensyndroom en is geassocieerd
aan een verminderde kwaliteit van leven,
frequente hospitalisatie en toegenomen
mortaliteit.7 De nadelige effecten van
ijzertekort gaan veel verder dan alleen
ferriprieve anemie en zijn al voelbaar in
vroegere stadia van ijzertekort, zelfs in
de afwezigheid van anemie.8 Gezien de
centrale rol van ijzer in het ziekteproces
van hartfalen hebben meerdere studies
het effect van ijzercorrectie getest. Dit
overzichtsartikel bestudeert de rol, de
diagnose en de behandeling van ijzertekort
bij hartfalenpatiënten.
2 Fysiologie van het
ijzermetabolisme
Zowel tekorten aan ijzer als excessieve
stapeling van ijzer zijn geassocieerd met
ziekte.9, 10 Daarom is een strenge regulatie
van het ijzermetabolisme in het lichaam wenselijk. Gezien de afwezigheid van een
mechanisme dat actieve excretie van ijzer
via een renale of gastro-intestinale tractus
toelaat, is het vooral de absorptie van ijzer
die gereguleerd wordt.10 Een westers dieet
bevat 10 à 20 mg ijzer per dag, waarvan
10 tot 20 % geabsorbeerd wordt door
de duodenale enterocyten. IJzer komt
in twee verschillende vormen voor in de
voeding, namelijk als haemijzer (Fe2+)
en als niet-haemijzer (Fe3+). 90 % van
het dieetijzer bestaat uit niet-haemijzer,
maar gezien de betere biobeschikbaarheid
zal het haemijzer toch 40 % deel
uitmaken van het totaal geabsorbeerd
ijzer.11, 12 De dagelijkse ijzerbehoefte van
een volwassen gezonde man bedraagt 1
mg, voor een volwassen menstruerende
vrouw is dit 3 mg.11 Deze behoefte is
erop gericht het dagelijkse ijzerverlies
ten gevolge van cellulaire shedding en
fysiologisch bloedverlies te compenseren.
Het proces van ijzerabsorptie is sterk
gereguleerd, aangezien vrij ijzer voor de
inductie van oxidatieve stress kan zorgen
via fentonreacties.13 Naast de intestinale
opname van ijzer is ook de recyclage van
ijzer een proces dat onderhevig is aan
een strenge regulatie. Dagelijks is er
een ijzerbehoefte van 20 tot 25 mg om
te voorzien in de productie van rode
bloedcellen en het intact functioneren
van het cellulaire metabolisme. Het is
duidelijk dat de dagelijkse enteraal aangeboden
ijzerconcentratie onvoldoende is
om aan deze cellulaire noden te voorzien,
zodat recyclage van ijzer essentieel is. De
snelheidsbepalende stap in de intestinale
absorptie van ijzer bevindt zich op het
niveau van de transporter ferroportine
dat voorkomt aan de basolaterale zijde
van de enterocyt. Deze transporter is essentieel voor het vrijzetten van de ijzerreserves
uit de enterocyt, de miltmacrofagen
en de lever. De regulatie van deze
transporter verloopt via het signaalhormoon
hepcidine, waarbij hoge concentraties
een inhiberend effect hebben op
het transport. Op deze manier reguleert
hepcidine de concentratie aan circulerend
ijzer. IJzerdeficiëntie en hypoxemie
onderdrukken hepcidine, terwijl ijzerexces
en inflammatie de expressie van
hepcidine stimuleren.14 Het is geweten
dat de chronisch inflammatoire status bij
hartfalenpatiënten het proces van enterale
ijzerabsorptie negatief beïnvloedt.
Dit verklaart ook de eerder beperkte
gastro-intestinale absorptie van enteraal
toegediende ijzersupplementen. Figuur 1
geeft een schematisch overzicht van het
normale ijzermetabolisme.
3 Evaluatie van ijzerdeficiëntie
Klachten van ijzertekort zijn vaak vaag
en aspecifiek, zodat er via de anamnese
geen betrouwbare diagnose gesteld kan
worden. Systematische evaluatie van de
ijzerset wordt om deze reden geadviseerd
in de Europese richtlijnen voor de behandeling
van hartfalen met klasse IC-evidentie.15 Verschillende biochemische
testen zijn beschikbaar om de ijzerhomeostase
te evalueren.16 Goede kennis over
sensitiviteit, specificiteit en diagnostische
onvolkomenheden is vereist voor het correct
diagnosticeren van ijzertekort. Tabel
1 geeft een overzicht van de diagnostische
karakteristieken van de beschikbare
biochemische testen. De definitie
van ijzertekort binnen de cardiologie
komt uit de literatuur over hartfalen
met verminderde ejectiefractie aangezien ijzertekort in deze setting extensief
bestudeerd is geweest. De diagnose van
ijzerdeficiëntie bij de hartfalenpatiënt
kan gesteld worden zo de serumferritine
minder dan 100 μg/L bedraagt of als
de serumferritine minder dan 300 μg/L
bedraagt met tevens een transferrinesaturatie
van minder dan 20 %.17 De cutoffwaarde
van ferritine bij hartfalen ligt
hoger dan klassiek gerapporteerd wordt
bij gezonde personen (namelijk ferritine
< 30 μg/L).18-20 Aangezien het pro-inflammatoire
hartfalenmilieu aanleiding geeft
tot een functioneel ijzertekort (intracellulaire
sekwestratie van ijzer) naast een
absoluut ijzertekort, zijn de diagnostische
grenzen bij hartfalen hoger. Zo laat dus
zelfs een ferritinegehalte tot 300 μg/L
toe ijzertekort te diagnosticeren, zolang
er ook een ander teken is van beperkte
ijzerbiobeschikbaarheid, zoals een lage
transferrinesaturatie (< 20 %). Deze criteria
worden in de meeste hartfalentrials
gehanteerd als zijnde diagnostisch voor
ijzerdeficiëntie.21, 22
4 Prevalentie van ijzertekort bij
hartfalen
Zowel ijzertekort als anemie komt
frequent voor bij de hartfalenpatiënt.
Ondanks dat ijzertekort een belangrijke
oorzaak is van anemie bij hartfalenpatiënten,
zijn er meerdere pathofysiologische
mechanismen die bijdragen tot de
anemie in deze populatie. De prevalentie
van anemie bij hartfalenpatiënten met
verminderde ejectiefractie wordt gerapporteerd
tussen de 13,2 % en 42,6 %,22-27
voor patiënten met een bewaarde
ejectiefractie is dit tussen 18,7 % en
38,0 %.23, 25, 26 Een Canadese studie bij
12 065 patiënten met een nieuwe diagnose
van hartfalen (ongeacht ejectiefractie)
toont dat slechts 21 % van de patiënten
met anemie een onderliggend ijzertekort
hebben.28 Deze studie maakte echter
gebruik van strengere criteria voor de
diagnose van ijzertekort, namelijk een
serumferritine van minder dan 30 μg/L
zodat er geen rekening gehouden werd
met functioneel ijzertekort. Als we de
klassieke criteria van ijzertekort (ferritine
< 100 μg/L of < 300 μg/L met tevens een
transferrinesaturatie van < 20 %) toepassen,
toont een prospectieve Europese
observationele studie bij hartfalenpatiënten
(ejectiefractie gemiddeld 26 % en
NYHA-klasse II en III) dat 37 % van de
patiënten ijzertekort heeft, onderliggend
had 57 % van deze patiënten anemie
en was 32 % niet-anemisch.5 In deze
populatie was ijzertekort, ongeacht de
aanwezigheid van anemie, geassocieerd
met het gecombineerd eindpunt mortaliteit
en kans op harttransplantatie. Een
analyse van de Amerikaanse NHANES-databank
(‘US National Health and
Nutrition Examination Survey’) toont
dat 352 van de 574 hartfalenpatiënten
(61 %) ijzertekort hebben volgens de
klassieke criteria (ferritine < 100 μg/L of
< 300 μg/L met tevens een transferrinesaturatie
van < 20 %).29 Een retrospectieve
analyse bij 310 stabiele HFrEF-patiënten
gevolgd binnen onze hartfalendienst met
een functionele status New York Heart
Association klasse (NYHA) II-IV en een
gemiddelde ejectiefractie van 30 % leert
dat ijzertekort een prevalentie heeft van
53 %.
5 Nadelige effecten van ijzertekort
bij hartfalen
De rol van ijzertekort als pathofysiologische
component en therapeutische target
binnen het hartfalensyndroom is extensief
bestudeerd.7 Figuur 2 geeft een schematisch
overzicht van de nadelige effecten
van ijzertekort bij hartfalen. Informatie
met betrekking tot de klinische
consequenties zijn vooral bestudeerd in
patiënten met hartfalen met verminderde
ejectiefractie. Patiënten met chronisch
hartfalen met verminderde ejectiefractie
en tevens ijzertekort vertonen een verminderde
VO2-max, een hogere ventilatoire
respons bij inspanning (VE/VCO2)
en een afgenomen inspanningstolerantie
ongeacht de aanwezigheid van anemie.30
Wat betreft de langetermijnprognose, toont één prospectieve observationele
studie dat ijzerdeficiënte hartfalenpatiënten
met verminderde ejectiefractie na 3
jaar follow-up een hoger risico hebben
op het bereiken van het gecombineerde
eindpunt mortaliteit of harttransplantatie.30 Een tweede studie toont in een
soortgelijke populatie van ijzerdeficiënte
hartfalenpatiënten met verminderde
ejectiefractie gepland voor coronaire
interventie dat aanwezigheid van ijzertekort
een belangrijke determinant is
van overleving na 30 maanden followup.31 In tegenstelling tot deze klinische
eindpunten zijn de nadelige effecten van
ijzertekort op moleculair niveau vooral
gedocumenteerd in diermodellen met
geïnduceerd hartfalen. IJzer speelt naast
zijn rol als bouwsteen voor hemoglobine,
tevens een belangrijke rol in de elektronentransportketen
van de mitochondriën.
Op deze manier kan het oxidatief
metabolisme afnemen, zelfs los van
de hemoglobineconcentratie. Gezien de
belangrijke rol van de elektronentransportketen
in de productie van ATP, dat
via een creatine-kinase-shuttle de cardiale
myofilamenten voorziet van energiesubstraat,
maar ook gezien de belangrijke
rol in het produceren van NADPH dat
meehelpt te beschermen tegen oxidatieve
stress, zijn de cellulaire gevolgen van
ijzertekort pleiotroop. IJzertekort in diermodellen
toont inderdaad toegenomen
sympathische activiteit,32 linkerventrikelhypertrofie33-35 en uiteindelijk linkerventrikeldilatatie,36 remodellering van de
extracellulaire matrix,37 mitochondriale disfunctie38 en hogere concentraties van
ANP en BNP.39 Deze constellatie van
nadelige bevindingen geassocieerd met
ijzertekort vormt de basis voor interventionele
studies die het effect van ijzertherapie
bij hartfalen evalueren.
6 Therapieën voor het corrigeren van
ijzertekort
De therapeutische opties die de arts
voorhanden heeft in het corrigeren van
het ijzertekort bestaan uit enterale toediening
van ijzer en parenterale toediening
van ijzer. Het gebruik van enteraal
ijzer als behandelingsoptie bij hartfalen
is gelimiteerd vanwege de beperkte biobeschikbaarheid
van enteraal ijzer, ongemakken
van de patiënt door een metalen
smaak en gastro-intestinale last.10 Klassiek
wordt een dosis van 200 mg Fe2+ voorgeschreven
bij patiënten met ferriprieve
anemie. Ten gevolge van saturatie bij
deze dosis van de basolaterale receptoren
ter hoogte van de duodenale enterocyt
zijn hogere dosissen niet doeltreffend.10
Vanuit pathofysiologisch standpunt is
enteraal ijzer geen voorkeursbehandeling
bij hartfalenpatiënten met ijzertekort.
Dit omdat er bij een groot deel van de
patiënten functionele anemie is, waarbij
er door up-regulatie van hepcidine een
beperkte vrijzetting is van intracellulaire ijzerreserves (zie 2. Fysiologie van het
ijzermetabolisme).7 Gezien de up-regulatie
van hepcidine zal de enterale opname
van ijzer ook gestoord zijn bij de hartfalenpatiënt
(figuur 1). Tot op heden zijn
er geen methodologisch onderbouwde
gerandomiseerde studies beschikbaar die
het effect van enteraal vs. parenteraal
ijzer bij hartfalenpatiënten testen.
Het theoretische voordeel van intraveneus
ijzer is dat het zelfs doeltreffend is in
een toestand van functioneel ijzertekort
geïnduceerd door hoge hepcidineconcentraties.
In totaal hebben 6 verschillende
studies (zowel openlabelstudies als dubbelblind
gerandomiseerde studies) het
effect van intraveneus ijzer bestudeerd
bij hartfalenpatiënten.40-45 Tabel 2 geeft
een schematisch overzicht van de studiekenmerken.
Het merendeel van deze studies
bestudeerde patiënten met hartfalen
met verminderde ejectiefractie (klassiek
< 45 %) en kenmerken van ijzertekort
(ferritine < 100 μg/L of ferritine <
300 μg/L en transferrinesaturatie van
< 20 %) met al dan niet aanwezigheid
van anemie. Van de verschillende studies
hebben de FAIR-HF-studie en de CONFIRM-HF-studie het meest rigoureuze
en methodologisch onderbouwde studieprotocol.44, 45 Deze beide studies tonen aan dat het gebruik van ijzer (III)-carboxymaltose
bij hartfalenpatiënten met
verminderde ejectiefractie en aanwezigheid
van ijzertekort (ongeacht aanwezigheid
anemie), doeltreffend is wat betreft
het verbeteren van de surrogaateindpunten
kwaliteit van leven, zelfbeoordeling
algemeen welzijn, NYHA-klassen
en markers van inspanningscapaciteit
zoals de 6 minutenwandeltest. Zowel de
CONFIRM-HF-studie als meta-analysen
van de verschillende studies duiden
op een verminderde hospitalisatie voor
hartfalen.45, 46 Geen enkele studie tot op
heden beschikte over voldoende statistische
power om effecten op overleving te
beoordelen. Omdat deze studies predominant
zijn uitgevoerd in een hartfalenpopulatie
met verminderde ejectiefractie,
kan er geen besluit gevormd worden
over het nut van intraveneus ijzer bij
hartfalenpatiënten met bewaarde ejectiefractie.
Momenteel is een internationale
dubbelblind gerandomiseerde
studie lopende die het effect van intraveneus
ijzer (III)-carboxymaltose test bij
hartfalenpatiënten met bewaarde ejectiefractie
(FAIR-HFpEF-studie). Door
de gunstige effecten van intraveneus
ijzer (III)-carboxymaltose suggereren de
Europese richtlijnen voor de behandeling
van hartfalen van 2012 het gebruik
van intraveneus ijzer bij hartfalenpatiënten
met verminderde ejectiefractie.15 Op
dit ogenblik is intraveneus ijzer (III)-carboxymaltose terugbetaald in België
voor de behandeling van ijzertekort als
er geen ijzersupplementen via orale weg
toegediend kunnen worden, of als deze
behandeling onvoldoende efficiënt is.
Men verstaat natuurlijk uit deze uiteenzetting,
dat de rationale voor peroraal
ijzer beperkt is en strookt met de pathofysiologische
inzichten van ijzertekort
bij hartfalen. Vanzelfsprekend moet in
geval van ferriprieve anemie de oorzaak
van de anemie altijd opgespoord worden.
Ingeval van ijzertekort wordt aangeraden
om 500-1 000 mg iv ijzer (III)-carboxymaltose (injectafer) te geven,
met controle een 6-12-tal weken later.
De meeste patiënten hebben voldoende
ijzerreserve voor een jaar na een behandeling
van 1 000-1 500 mg. Figuur 3,
ten slotte, geeft een voorstel van een
behandelingsalgoritme voor ijzertekort
bij patiënten met hartfalen en verminderde
ejectiefractie.
Referenties
- DeMaeyer, E., Adiels-Tegman, M. The prevalence of
anaemia in the world. World Health Stat Q, 1985, 38,
302-316.
- Stoltzfus, R. Defining iron-deficiency anemia in public
health terms: a time for reflection. J Nutr, 2001, 131,
565S-567S.
- Andrews, N.C. Disorders of iron metabolism. N Engl J
Med, 1999, 341 (26), 1986-1995.
- Andrews, N.C. Iron homeostasis: insights from genetics
and animal models. Nat Rev Genet, 2000, 1,
208-217.
- Jankowska, E.A., Rozentryt, P., Witkowska, A. et al.
Iron deficiency: an ominous sign in patients with systolic
chronic heart failure. Eur Heart J, 2010, 31 (15),
1872-1880.
- Klip, I.T., Comin-Colet, J., Voors, A.A. et al. Iron deficiency
in chronic heart failure: an international
pooled analysis. Am Heart J, 2013, 165, 575-582.
- Jankowska, E.A., von Haehling, S., Anker, S.D., Macdougall,
I.C., Ponikowski, P. Iron deficiency and heart
failure: diagnostic dilemmas and therapeutic perspectives.
Eur Heart J, 2013, 34, 816-829.
- Besarab, A., Horl, W.H., Silverberg, D. Iron metabolism,
iron deficiency, thrombocytosis, and the cardiorenal
anemia syndrome. Oncologist, 2009, 14, Suppl 1, 22-33.
- Fleming, R.E., Ponka, P. Iron overload in human disease.
N Engl J Med, 2012, 366 (4), 348-359.
- Lopez, A., Cacoub, P., Macdougall, I.C., Peyrin-Biroulet,
L. Iron deficiency anaemia. Lancet, 2015 [E-pub ahead
of print].
- Hurrell, R., Egli, I. Iron bioavailability and dietary reference
values. Am J Clin Nutr, 2010, 91, 1461S-1467S.
- McDermid, J.M., Lonnerdal, B. Iron. Adv Nutr, 2012, 3,
532-533.
- Munzel, T., Gori, T., Keaney, J.F., Jr., Maack, C., Daiber,
A. Pathophysiological role of oxidative stress in systolic
and diastolic heart failure and its therapeutic
implications. Eur Heart J, 2015, 36, 2555-2564.
- Weiss, G., Goodnough, L.T. Anemia of chronic disease.
N Engl J Med, 2005, 352, 1011-1023.
- McMurray, J.J., Adamopoulos, S., Anker, S.D. et al. ESC
guidelines for the diagnosis and treatment of acute
and chronic heart failure 2012: The Task Force for the
Diagnosis and Treatment of Acute and Chronic Heart
Failure 2012 of the European Society of Cardiology.
Developed in collaboration with the Heart Failure Association
(HFA) of the ESC. Eur J Heart Fail, 2012, 14,
803-869.
- Wish, JB. Assessing iron status: beyond serum ferritin
and transferrin saturation. Clin J Am Soc Nephrol,
2006, 1, Suppl 1, S4-S8.
- von Haehling, S., Jankowska, E.A., van Veldhuisen, D.J., Ponikowski, P., Anker, S.D. Iron deficiency and cardiovascular
disease. Nat Rev Cardiol, 2015, 12, 659-669.
- Pasricha, S.R., Flecknoe-Brown, S.C., Allen, K.J. et al.
Diagnosis and management of iron deficiency anaemia:
a clinical update. Med J Aust, 2010, 193, 525-532.
- Goodnough, L.T., Nemeth, E., Ganz, T. Detection, evaluation,
and management of iron-restricted erythropoiesis.
Blood, 2010, 116, 4754-4761.
- Koulaouzidis, A., Said, E., Cottier, R., Saeed, A.A. Soluble
transferrin receptors and iron deficiency, a step
beyond ferritin. A systematic review. J Gastrointestin
Liver Dis, 2009, 18, 345-352.
- Okonko, D.O., Grzeslo, A., Witkowski, T. et al. Effect
of intravenous iron sucrose on exercise tolerance in
anemic and nonanemic patients with symptomatic
chronic heart failure and iron deficiency FERRIC-HF:
a randomized, controlled, observer-blinded trial. J Am
Coll Cardiol, 2008, 51, 103-112.
- Anker, S.D., Comin, C.J., Filippatos, G. et al. Ferric carboxymaltose
in patients with heart failure and iron
deficiency. N Engl J Med, 2009, 361, 2436-2448.
- Felker, G.M., Shaw, L.K., Stough, W.G., O’Connor, C.M.
Anemia in patients with heart failure and preserved
systolic function. Am Heart J, 2006, 151, 457-462.
- Komajda, M., Anker, S.D., Charlesworth, A. et al. The
impact of new onset anaemia on morbidity and mortality
in chronic heart failure: results from COMET. Eur
Heart J, 2006, 27, 1440-1446.
- O’Meara, E., Clayton, T., McEntegart, M.B. et al. Clinical
correlates and consequences of anemia in a broad
spectrum of patients with heart failure: results of the
Candesartan in Heart Failure: Assessment of Reduction
in Mortality and Morbidity (CHARM) Program.
Circulation, 2006, 113, 986-994.
- von, H.S., van Veldhuisen, D.J., Roughton, M. et al.
Anaemia among patients with heart failure and preserved
or reduced ejection fraction: results from the
SENIORS study. Eur J Heart Fail, 2011, 13, 656-663.
- Anker, S.D., Voors, A., Okonko, D. et al. Prevalence, incidence,
and prognostic value of anaemia in patients
after an acute myocardial infarction: data from the
OPTIMAAL trial. Eur Heart J, 2009, 30, 1331-1339.
- Ezekowitz, J.A., McAlister, F.A., Armstrong, P.W. Anemia
is common in heart failure and is associated with
poor outcomes: insights from a cohort of 12 065
patients with new-onset heart failure. Circulation,
2003, 107, 223-225.
- Parikh, A., Natarajan, S., Lipsitz, S.R., Katz, S.D. Iron
deficiency in community-dwelling US adults with
self-reported heart failure in the National Health and
Nutrition Examination Survey III: prevalence and associations
with anemia and inflammation. Circ Heart
Fail, 2011, 4, 599-606.
- Jankowska, E.A., Rozentryt, P., Witkowska, A. et al.
Iron deficiency predicts impaired exercise capacity
in patients with systolic chronic heart failure. J Card
Fail, 2011, 17, 899-906.
- Varma, A., Appleton, D.L., Nusca, A. et al. Iron deficiency
anemia and cardiac mortality in patients with left
ventricular systolic dysfunction undergoing coronary
stenting. Minerva Cardioangiol, 2010, 58, 1-10.
- Turner, L.R., Premo, D.A., Gibbs, B.J. et al. Adaptations
to iron deficiency: cardiac functional responsiveness to norepinephrine, arterial remodeling, and the effect
of beta-blockade on cardiac hypertrophy. BMC
Physiol, 2002, 2, 1.
- Olivetti, G., Lagrasta, C., Quaini, F. et al. Capillary
growth in anemia-induced ventricular wall remodeling
in the rat heart. Circ Res, 1989, 65, 1182-1192.
- Olivetti, G., Quaini, F., Lagrasta, C. et al. Myocyte cellular
hypertrophy and hyperplasia contribute to ventricular
wall remodeling in anemia-induced cardiac
hypertrophy in rats. Am J Pathol, 1992, 141, 227-239.
- Rossi, M.A., Carillo, S.V. Electron microscopic study on
the cardiac hypertrophy induced by iron deficiency
anaemia in the rat. Br J Exp Pathol, 1983, 64, 373-387.
- Medeiros, D.M., Beard, J.L. Dietary iron deficiency results
in cardiac eccentric hypertrophy in rats. Proc Soc
Exp Biol Med, 1998, 218, 370-375.
- Chvapil, M., Hurych, J., Ehrlichova, E. The effect of iron
deficiency on the synthesis of collagenous and noncollagenous
proteins in wound granulation tissue and
in the heart of rats. Exp Med Surg, 1968, 26, 52-60.
- Dong, F., Zhang, X., Culver, B., Chew, H.G., Jr., Kelley,
R.O., Ren, J. Dietary iron deficiency induces ventricular
dilation, mitochondrial ultrastructural aberrations
and cytochrome c release: involvement of nitric
oxide synthase and protein tyrosine nitration. Clin Sci
(Lond), 2005, 109, 277-286.
- Naito, Y., Tsujino, T., Matsumoto, M., Sakoda, T., Ohyanagi,
M., Masuyama, T. Adaptive response of the heart
to long-term anemia induced by iron deficiency. Am J
Physiol Heart Circ Physiol, 2009, 296, H585-H593.
- Toblli, J.E., Lombrana, A., Duarte, P., Di, G.F. Intravenous
iron reduces NT-pro-brain natriuretic peptide in
anemic patients with chronic heart failure and renal
insufficiency. J Am Coll Cardiol, 2007, 50, 1657-1665.
- Bolger, A.P., Bartlett, F.R., Penston, H.S. et al. Intravenous
iron alone for the treatment of anemia in
patients with chronic heart failure. J Am Coll Cardiol,
2006, 48, 1225-1227.
- Usmanov, R.I., Zueva, E.B., Silverberg, D.S., Shaked,
M. Intravenous iron without erythropoietin for the
treatment of iron deficiency anemia in patients with
moderate to severe congestive heart failure and chronic
kidney insufficiency. J Nephrol, 2008, 21, 236-242.
- Okonko, D.O., Grzeslo, A., Witkowski, T. et al. Effect
of intravenous iron sucrose on exercise tolerance in
anemic and nonanemic patients with symptomatic
chronic heart failure and iron deficiency FERRIC-HF:
a randomized, controlled, observer-blinded trial. J Am
Coll Cardiol, 2008, 51, 103-112.
- Anker, S.D., Comin, C.J., Filippatos, G. et al. Ferric carboxymaltose
in patients with heart failure and iron
deficiency. N Engl J Med, 2009, 361, 2436-2448.
- Ponikowski, P., van Veldhuisen, D.J., Comin-Colet, J.
et al. Beneficial effects of long-term intravenous iron
therapy with ferric carboxymaltose in patients with
symptomatic heart failure and iron deficiencydagger.
Eur Heart J, 2015, 36, 657-668.
- Qian, C., Wei, B., Ding, J., Wu, H., Wang, Y. The Efficacy
and Safety of Iron Supplementation in Patients With
Heart Failure and Iron Deficiency: A Systematic Review
and Meta-analysis. Can J Cardiol, 2015, [E-pub
ahead of print].
Niets van de website mag gebruikt worden voor reproductie, aanpassing, verspreiding, verkoop, publicatie of commerciële doeleinden zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Het is ook verboden om deze informatie elektronisch op te slaan of te gebruiken voor onwettige doeleinden.