U wordt om 1 uur ’s ochtends wakker gemaakt voor een patiënt van 34 jaar oud,
zonder specifieke antecedenten, die zich aanmeldt op de spoedafdeling. Hij vertoont
geen cardiovasculaire risicofactoren. Hij klaagt over pijn tussen de schouderbladen en
ademhalingsproblemen die om 19 uur begonnen zijn. Op het eind van de inademing
voelt hij een blokkade. Twee uur eerder heeft hij lichte rillingen gehad. Het klinisch
onderzoek is normaal, met evenwel een lichte tachycardie van 90/min. bij opname. De
BD is 12,5/7,5 cmHg. De patiënt heeft geen koorts.
Er wordt een ecg afgenomen (figuur 1).
Wat is uw diagnose?
Bij het zien van dit ecg moeten we
onmiddellijk denken aan de diagnose
van acute pericarditis. Die past trouwens
goed in de klinische voorgeschiedenis
van de patiënt, al was het uiteraard mooi
geweest als het klinische onderzoek ook
een pericardiaal geruis had opgeleverd.
Dit ecg toont goed de verschillende
veranderingen die optreden bij dit acute
beeld:
optrekking van het ST-segment, met
een typische stijging en concaaf naar
boven, zonder spiegelbeeld. Dat is de
gevoeligste wijziging. De optrekking
is vaak maximaal in D2 en in V4-V5
en wordt veroorzaakt door een letselstroom
uit het pericard als gevolg van
de ontsteking daarvan.
daling van het PR-segment, met een
helling. Dat is een vroeg en specifiek
teken dat niet altijd aanwezig is (en
soms zelfs vroeger optreedt dan de
optrekking van het ST-segment). Het
treedt niet op in de AVR-afleiding,
waar daarentegen soms een optrekking
van dat segment te zien is, zoals op
dit ecg. Dat teken wijst op een letselstroom
in de atria als gevolg van een
subepicardiale ontsteking in de atria
(teken van Spodick).
het QTc is vaak minder hoog, in
tegenstelling tot wat we zien bij een
STEMI-infarct, de belangrijkste differentiële
diagnose met het syndroom
van vroege repolarisatie.
brede T-golf met een ST/T-verhouding
≥ 0,25.
Soms zijn er ook andere veranderingen
te zien, maar dat zijn vaak tekenen van
complicaties, zoals het optreden van atriumfibrillatie
of een microvoltage, die
wijst op een belangrijke pericarduitstorting.
De bloedtests bij onze patiënt leverden
geen bijzonderheden op (borderline CRP
en geen verhoging van het troponine).
De echografie was normaal, zonder pericarduitstorting.
De oorzaak van acute pericarditis is
meestal viraal. De behandeling bestaat
uit NSAID’s (aspirine 750-1 000 mg
3 x/dag gedurende 1 of 2 weken en verlaging
van de dosis met 250-500 mg om
de 1 à 2 weken, of ibuprofen 600 mg
om de 3 uur en verlaging van de dosis
met 200-400 mg om de 1 à 2 weken)
met maagbescherming. Ook het gebruik
van colchicine (0,5 mg 1 x/dag (gewicht
< 70 kg) of 2 x/dag (gewicht > 70 kg)
wordt in de richtlijnen aanbevolen als
eerstelijnsbehandeling (laatste versie van
2015, aanbeveling van klasse I A) om de
respons op de behandeling te verbeteren
en het risico op recidief te verlagen
(15-30 % zonder colchicine). Corticoïden
worden afgeraden als eerstelijnsbehandeling
(omdat ze het risico op recidief
verhogen).
De patiënt kwam na 2 weken op controle.
Hij had geen pijn meer gehad en
zijn ecg was normaal (figuur 2).
Niets van de website mag gebruikt worden voor reproductie, aanpassing, verspreiding, verkoop, publicatie of commerciële doeleinden zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Het is ook verboden om deze informatie elektronisch op te slaan of te gebruiken voor onwettige doeleinden.