NL | FR
Een diagnose in één oogopslag …
  • Olivier Gurné

  • Jaargang 28, nummer 1, Februari 2016

U wordt om 1 uur ’s ochtends wakker gemaakt voor een patiënt van 34 jaar oud, zonder specifieke antecedenten, die zich aanmeldt op de spoedafdeling. Hij vertoont geen cardiovasculaire risicofactoren. Hij klaagt over pijn tussen de schouderbladen en ademhalingsproblemen die om 19 uur begonnen zijn. Op het eind van de inademing voelt hij een blokkade. Twee uur eerder heeft hij lichte rillingen gehad. Het klinisch onderzoek is normaal, met evenwel een lichte tachycardie van 90/min. bij opname. De BD is 12,5/7,5 cmHg. De patiënt heeft geen koorts. Er wordt een ecg afgenomen (figuur 1).

Wat is uw diagnose?

Bij het zien van dit ecg moeten we onmiddellijk denken aan de diagnose van acute pericarditis. Die past trouwens goed in de klinische voorgeschiedenis van de patiënt, al was het uiteraard mooi geweest als het klinische onderzoek ook een pericardiaal geruis had opgeleverd. Dit ecg toont goed de verschillende veranderingen die optreden bij dit acute beeld:

    optrekking van het ST-segment, met een typische stijging en concaaf naar boven, zonder spiegelbeeld. Dat is de gevoeligste wijziging. De optrekking is vaak maximaal in D2 en in V4-V5 en wordt veroorzaakt door een letselstroom uit het pericard als gevolg van de ontsteking daarvan.
    daling van het PR-segment, met een helling. Dat is een vroeg en specifiek teken dat niet altijd aanwezig is (en soms zelfs vroeger optreedt dan de optrekking van het ST-segment). Het treedt niet op in de AVR-afleiding, waar daarentegen soms een optrekking van dat segment te zien is, zoals op dit ecg. Dat teken wijst op een letselstroom in de atria als gevolg van een subepicardiale ontsteking in de atria (teken van Spodick).
    het QTc is vaak minder hoog, in tegenstelling tot wat we zien bij een STEMI-infarct, de belangrijkste differentiële diagnose met het syndroom van vroege repolarisatie.
    brede T-golf met een ST/T-verhouding ≥ 0,25.

Soms zijn er ook andere veranderingen te zien, maar dat zijn vaak tekenen van complicaties, zoals het optreden van atriumfibrillatie of een microvoltage, die wijst op een belangrijke pericarduitstorting.

De bloedtests bij onze patiënt leverden geen bijzonderheden op (borderline CRP en geen verhoging van het troponine). De echografie was normaal, zonder pericarduitstorting.

De oorzaak van acute pericarditis is meestal viraal. De behandeling bestaat uit NSAID’s (aspirine 750-1 000 mg 3 x/dag gedurende 1 of 2 weken en verlaging van de dosis met 250-500 mg om de 1 à 2 weken, of ibuprofen 600 mg om de 3 uur en verlaging van de dosis met 200-400 mg om de 1 à 2 weken) met maagbescherming. Ook het gebruik van colchicine (0,5 mg 1 x/dag (gewicht < 70 kg) of 2 x/dag (gewicht > 70 kg) wordt in de richtlijnen aanbevolen als eerstelijnsbehandeling (laatste versie van 2015, aanbeveling van klasse I A) om de respons op de behandeling te verbeteren en het risico op recidief te verlagen (15-30 % zonder colchicine). Corticoïden worden afgeraden als eerstelijnsbehandeling (omdat ze het risico op recidief verhogen).

De patiënt kwam na 2 weken op controle. Hij had geen pijn meer gehad en zijn ecg was normaal (figuur 2).

Niets van de website mag gebruikt worden voor reproductie, aanpassing, verspreiding, verkoop, publicatie of commerciële doeleinden zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Het is ook verboden om deze informatie elektronisch op te slaan of te gebruiken voor onwettige doeleinden.