Het Marokkaanse veldhospitaal in het Jordaanse kamp Zaatari op de grens met
Syrië heeft sinds zijn oprichting in 2012 al meer dan 500 000 vluchtelingen
opgevangen. De medische prestaties betreffen vooral zuigelingen en kinderen
met overwegend infectieziekten die eigen zijn aan kinderen op de vlucht.
Toch wordt de aandacht van de 2 kinderartsen daar ook vaak door zeldzame
aandoeningen getrokken. Ondanks de schaarse middelen en de hoge toestroom
van patiënten proberen de kinderartsen die speciale aandoeningen zo goed
mogelijk op te vangen. We rapporteren het geval van een jongetje van 4 jaar
dat sinds 1 jaar in het kamp verbleef en dat voordien in Syrië werd gemonitord
wegens een bilaterale doofheid waarvan de oorsprong niet bekend was. Sinds
ongeveer 2,5 jaar vertoonde het kind syncopes, voorafgegaan door syncopale
neigingen. Het gezin had al een dochtertje verloren op de leeftijd van 5 jaar
wegens een plotselinge hart- en ademhalingsstilstand. Het ecg dat van de
jongen afgenomen werd in het Marokkaanse ziekenhuis toonde een verlengd
QT-interval van 600 msec. Het hart zag er normaal uit bij echocardiografie.
Het Jervell-Lange-Nielsen-syndroom (SJLN), een autosomaal recessieve
aandoening, is een zeldzaam maar mogelijk levensbedreigend syndroom als
de diagnose gemist wordt. We kennen al twee genen: KCNQ1 en KCNE1.
Die worden vooral tot expressie gebracht in de stria vascularis en zijn
verantwoordelijk voor de perceptiedoofheid. De behandeling heeft tot doel
syncopes, hartstilstand en plotselinge dood te voorkomen.
Inleiding
Het Jervell-Lange-Nielsen-syndroom
(SJLN) wordt gekenmerkt door een
aangeboren bilaterale doofheid en een
verlengd QT-interval op het elektrocardiogram
(> 500 msec.). Die verlenging
veroorzaakt ventrikeltachycardie, torsade
de pointes en ventrikelfibrillatie met
klinische syncopes bij stress (typisch syncope
tijdens het wenen of het spelen).
Die syncope kan uitmonden in een plotselinge
dood.1 Aangezien het een autosomaal
recessieve aandoening betreft,
zijn er klassiek geen familiale antecedenten,
maar gezien de mogelijke ernst van
het syndroom is het toch wenselijk een anamnese af te nemen van de familieleden
en navraag te doen naar flauwtes
en gevallen van plotselinge dood in de
familie.
Observatie
We beschrijven hier het geval van een
4-jarige jongen. Zijn ouders zijn tweedegraads
bloedverwanten. Er is geen voorgeschiedenis
van doofheid of plotselinge
dood in de familie van de twee ouders,
maar de anamnese leert dat een ouder
zusje in Syrië op de leeftijd van 5 jaar
overleden is en dat het een plotse dood
betrof tijdens een gewoon spel waarbij
matige inspanning geleverd werd. Bij de
familiale anamnese op dat moment bleek
dat het broertje doof was, maar gezien
de politieke omstandigheden – een land
in oorlog met veel vluchtelingen – kon
de diagnose niet bevestigd worden. Een
jaar nadat de jongen zijn land verlaten
had, is hij op het spreekuur kindergeneeskunde
van het Marokkaanse ziekenhuis
gekomen wegens herhaalde malaise
bij wisselende inspanningen, doofheid
en niet spreken. Aangezien het beeld
zeer suggestief was voor een JLNS, hebben
we meteen een elektrocardiogram
afgenomen (figuur 1). Dat toonde een
regelmatig sinusritme, smalle QRS-complexen,
een normaal PR-interval, een
gecorrigeerd QT-interval van 600 msec.
en een abnormale repolarisatie met een
negatieve T-top. Uit de echocardiografie
die de cardioloog ter plaatse uitvoerde
bleek dat het hart een normale architectuur
en een goede systolische functie
had, en geen afwijkingen vertoonde. Het
neus-keel-ooronderzoek toonde een bilaterale
doofheid zonder afwijkingen bij
otoscopie. Het bloedonderzoek toonde
een hypochrome anemie en een normaal
serumkalium. We zijn een behandeling
met bètablokkers gestart in afwachting
dat het kind uit het kamp zou worden
geëvacueerd voor een eventuele inplanting
van een cochlea-implantaat en een
genetisch advies.
Commentaar
Het JLN-syndroom is een zeldzame
aandoening, die levensbedreigend kan
zijn. Het syndroom werd voor het eerst beschreven in 1957 in een publicatie
door Anton Jervell.1 Helaas wordt de
diagnose van het syndroom vaak laat
gesteld, zodat de kinderen een risico
lopen op plotselinge dood door ritmestoornissen
of asystolie. Ongeveer de
helft van de kinderen met het syndroom
sterft voor de leeftijd van 20 jaar. In
de literatuur lezen we dat 15 % van de
kinderen symptomen vertoont voor de
leeftijd van 23 maanden. Minstens 90 %
van de patiënten van 18 jaar of ouder
met een JLN-syndroom heeft al een
cardiaal accident gehad.2 Je moet altijd
een ecg aanvragen bij kinderen met een
ernstige tot zeer ernstige doofheid waarvan
de oorzaak niet bekend is, vooral als
het kind een algemene anesthesie moet
ondergaan.3
Het lange-QT-syndroom wordt gekenmerkt
door een verlengd QT-interval,
recidiverende syncopes en maligne
ventriculaire tachyaritmieën. Het syndroom
kan familiaal zijn, met of zonder
aangeboren of idiopathische doofheid.
Waarom het JLNS doofheid veroorzaakt,
weten we nog niet goed. Neyround et al.4
hebben aangetoond dat het JLNS-gen en
het KVLQT1-gen op chromosoom 11
een primordiale rol spelen bij de ventrikelrepolarisatie
en de homeostase van
de endolymfe. De kinderen vertonen
een aangeboren, geïsoleerde, diepe of
ernstige, bilaterale doofheid, vooral voor
de hoge frequenties. Er zijn geen vestibulaire
afwijkingen.
Het JLNS wordt autosomaal recessief
overgedragen. De ouders van het patiëntje
dat we in het vluchtelingenkamp hebben
gezien, waren verre neef en nicht,
wat wel vaker het geval is bij autosomaal
recessieve aandoeningen. In Syrië is een
huwelijk tussen leden van hetzelfde gezin
verboden om religieuze redenen, maar
andere consanguïene huwelijken – zoals
tussen een oom en een nicht of tussen
verre neven en nichten – worden aangemoedigd
en horen bij de plaatselijke
gebruiken. Een studie in Saoedi-Arabië5
heeft aangetoond dat gearrangeerde
huwelijken binnen eenzelfde familie een
nefast genetisch effect hebben en dat het
aantal kinderen met genetische aandoeningen
naar schatting 23 % bedraagt.
Een eerste geval van JLNS werd gerapporteerd
in 1996.6
De genetische oorzaak van het JLNS
is intussen bevestigd; we kennen al zes
loci en vijf genen. In recente genetische
studies werden in 10-15 % van de gevallen
van onverklaarde plotselinge dood
waarbij een autopsie uitgevoerd werd,
mutaties vastgesteld die een lange-QTsyndroom
veroorzaken.7 De diagnose
wordt gesteld met een elektrofysiologisch
onderzoek, waarvan de resultaten
soms moeilijk te interpreteren zijn, en
met een uitgebreid genetisch onderzoek.
Het preventieve en therapeutische beleid
hangt immers af van het genotype.8
Sinds de ontdekking van het eerste gen
in 1997 werden 10 genen en meer dan
200 mutaties in verband gebracht met
dit syndroom.9
Dankzij een levenslange behandeling
met bètablokkers is de mortaliteit in 10
jaar tijd gedaald van 75 % naar 5 %.
Nu bedraagt de sterfte ongeveer 0,2 tot
0,5 % per jaar.10
Bètablokkers onderdrukken de adrenerge
respons. Ze verminderen de flauwtes,
ook al hebben ze nagenoeg geen invloed
op de duur van het QT-interval. Bij dit
patiëntje zijn we een behandeling met
nadolol gestart. De therapietrouw werd
wekelijks gecontroleerd. Daardoor is het
aantal flauwtes gedaald met ongeveer
50 %, maar het verlengde QT-interval
bleef zichtbaar op de latere ecg’s.
We schrijven dus bètablokkers voor om
activering van het sympathische zenuwstelsel
af te remmen. De respons op
bètablokkers verschilt echter van de ene
patiënt tot de andere. In de studie van met een JLNS nog altijd ernstige ritmestoornissen
ondanks een behandeling
met bètablokkers en 51 % vertoonde nog
altijd symptomen.11 Die slechte resultaten
werden waargenomen als bètablokkers
gecombineerd werden met een
linker cervicothoracale sympathectomie
(LCSD) of plaatsing van een pacemaker
om een eventuele bradycardie te voorkomen.
De enige oplossing is dan een
AID (automatische implanteerbare defibrillator).
Alleen daarmee kan je plotselinge
dood voorkomen. Maar een AID
moet gecombineerd worden met een
linker cervicothoracale sympathectomie
(LCSD) om het aantal schokken dat de
defibrillator afgeeft, te verlagen.
Conclusie
Het Jervell-Lange-Nielsen-syndroom is
een zeldzame maar ernstige aandoening.
Bij dit kind hebben we de diagnose
gesteld tijdens een humanitaire opdracht
naar aanleiding van herhaalde syncopes.
Bij kinderen met een ernstige tot
diepe doofheid waarvan de oorzaak niet
bekend is en cardiale accidenten, moet
je altijd een ecg afnemen. In geval van
een JLNS moet de patiënt stressfactoren
mijden en moeten er tijdens een heelkundige
ingreep voorzorgsmaatregelen genomen
worden. Een behandeling met bètablokkers
verlaagt het overlijdensrisico.
Samenwerking tussen genetici, fysiologen
en artsen is wenselijk om het verband
tussen het fenotype en het genotype
beter te preciseren en om de therapeutische
indicaties te verfijnen. Plotselinge
dood bij hoogrisicopatiënten kan alleen
voorkomen worden met een automatische
implanteerbare defibrillator.
Referenties
- Jervell, A., Lange-Nielsen, F. Congenital deaf-mutism,
functional heart disease with prolongation of the Q-T
interval, and sudden death. Am Heart J, 1957, 54 (1),
59-68.
- Schwartz, P.J., Moss, A.J., Vincent GM, Crampton RS.
Diagnostic criteria for the long QT syndrome. An update.
Circulation, 1993, 88 (2), 782-784.
- Mayhew, J.F. Anaesthesia and undiagnosed Jervell and
Lange-Nielsen syndrome (letter; comment). Anaesthesia,
1993, 48 (12), 1117-1118.
- Neyround, N., Tesson, F., Denjoy, I. A novel mutation in
the potassium channel gene KVLQT1 causes the Jervell
and Lange-Nielsen syndrome. Nat Genet, 1997,
15 (2), 186-189.
- Zakzouk, S., El-Sayed, Y. and Bafaqeeh, S. Consanguinity
and hereditary hearing impairment among Saudi
population. Ann Saudi Med, 1993, 13 (5), 447-450.
- Al Rakaf, M., Zakzoukb, S.M., Al Shahwan, S.A.. Jervell
and Lange-Nielsen QT syndrome: a casereport from
Saudi Arabia. Int J Pediatr Otorhinolaryngol, 1997, 39
(2), 163-168.
- Tester, D., Ackerman, M. Postmortem long QT syndrome
genetic testing for sudden unexplained death
in the young. J Am Coll Cardiol, 2007, 49 (2), 240-246.
- Jullien, C., Patural, H., Teyssier, G., Dacosta, A. [Ventricular
repolarisation disorders and long QT syndrome:
clinical and genetic study in 10 paediatric cases]. Arch
Pediatr, 2008, 15 (4), 410-415.
- Gao, Y., Li, C., Liu, W., Wu, R., Qiu, X., Liang, R. et
al. Genotype-phenotype analysis of three Chinese
families with Jervell and Lange-Nielsen syndrome. J
Cardiovasc Dis Res, 2012, 3, 67-75.
- Lupoglazoff, J., Denjoy, I., Guicheney, P., Casasoprana,
A., Coumel, P. [Congenital long QT syndrome]. Arch
Pediatr, 2001, 8 (5), 525-534.
- Villain, E., Denjoy, I., Lupoglazoff, J., Guicheney, P.,
Hainque, B., Lucet, V. et al. Low incidence of cardiac
events with beta-blocking therapy in children with
long QT syndrome. Eur Heart J, 2004, 25 (16), 1405-1411.
Niets van de website mag gebruikt worden voor reproductie, aanpassing, verspreiding, verkoop, publicatie of commerciële doeleinden zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Het is ook verboden om deze informatie elektronisch op te slaan of te gebruiken voor onwettige doeleinden.