Inleiding
Duale antiplaatjestherapie (DAPT),
typisch bestaande uit een lage dosis aspirine
gecombineerd met een P2Y12-inhibitor,
wordt vandaag de dag gezien als
de standaardbehandeling voor patiënten
met een acuut coronair syndroom (ACS).
De European Society of Cardiology
(ESC) adviseert in haar 2015 NSTEACS
guidelines een ‘once-daily’ onderhoudsdosis
voor aspirine (75-100 mg)
voor onbepaalde duur (klasse IA), in
combinatie met een orale P2Y12-inhibitor
voor de duur van 12 maanden, tenzij
in aanwezigheid van bepaalde contraindicaties
(zoals hoog bloedingsrisico).
Ticagrelor (90 mg, twee keer per dag)
wordt aangeraden voor patiënten die
een hoog risico vertonen op toekomstige
ischemische events (zoals bij hoogrisicoprofielpatiënten
of bij gestegen cardiale
enzymen), ongeacht of geplande revascularisatie
voorzien wordt (klasse IB).
Prasugrel (10 mg, één keer per dag),
wordt als alternatief geadviseerd alleen in
die patiënten waar percutane coronaire
interventie (PCI) geïndiceerd is na coronaire
angiografie (klasse IB). Clopidogrel
(75 mg, één keer per dag) wordt alleen
nog voorbehouden aan patiënten met
contra-indicaties voor de nieuwere P2Y12-inhibitoren of in combinatie met orale
anticoagulantia (klasse IA). De specifieke
‘ST-elevation myocardial infarction’
(STEMI) guidelines van de ESC (2012)
opteren eveneens voor een combinatie
van lage dosis aspirine (klasse IB) met
ticagrelor (klasse IC) of prasugrel (klasse
IB, maar alleen bij patiënten zonder
voorgeschiedenis van cerebrovasculair
accident en jonger dan 75 jaar). Ook hier
wordt clopidogrel alleen geadviseerd als
ticagrelor/prasugrel gecontra-indiceerd
is.
Hoewel verschillende DAPT-trials aangetoond
hebben dat DAPT leidt tot
een significante reductie van het aantal
ischemische events bij patiënten met
ACS, treedt er nog altijd een belangrijk
aandeel van ‘coronary artery disease’
(CAD)-gerelateerde morbiditeit en mortaliteit
op na het stopzetten van DAPT.
Recente klinisch trials probeerden dan
ook een antwoord te vinden op belangrijke
vragen zoals: Wanneer wordt DAPT
ideaal gestart bij patiënten met ACS? Hoe
lang moet DAPT aangehouden worden?
Wat met patiënten die een gecombineerde
behandeling met orale anticoagulantia
vereisen? In dit overzichtsartikel zullen
wij een beknopt overzicht geven van
de huidige beschikbare literatuur, mee
gebaseerd op de voordrachten van prof. dr. Valgimigli (Bern, Zwitserland), prof.
dr. Desmet (UZ Leuven) en dr. Aminian
(CHU de Charleroi) tijdens het jaarlijkse
congres van de Belgian Society of Cardiology
(BSC).
How soon?
De STARS-trial toonde eind jaren 90
aan dat de combinatie van aspirine met
ticlopidine in de preventie van stenttrombose
superieur was aan aspirine plus
warfarine of aspirine alleen.1 Het gebruik
van DAPT in de behandeling van ACS
was hiermee geboren. De CURE-studie
en vooral de follow-upstudies van de
CURE-trial toonden later aan dat er
een belangrijke winst geboekt werd bij
vroege associatie van clopidogrel aan
aspirinetherapie bij patiënten die zich
presenteren met een ACS, type non-ST elevated-myocardial-infarction (NSTEMI),
of onstabiele angor, onafhankelijk
van de timing van PCI (relatieve risicoreductie
(RRR) van 55 % in de DAPT
binnen de 48 uur-PCI-groep) zonder
dat er een prijs betaald werd in de vorm
van een toename in majeure of levensbedreigende
bloedingen.2, 3 Aangezien clopidogrel
slechts enkele uren na inname
biologisch actief is en een grote interpatiëntvariabiliteit
vertoont, werd later
het effect van vroege behandeling met
prasugrel en ticagrelor (beide krachtiger
en sneller actief dan clopidogrel) op de
outcome van NSTEMI/onstabiele angorpatiënten
bekeken. De TRITON-studie
vergeleek clopidogrel versus prasugrel
in ACS-patiënten (zowel type STEMI
als NSTEMI) op het moment van PCI.
Deze studie toonde een significante
daling aan in haar primaire eindpunten
(19 % relatieve reductie) en in het
aantal ischemische events (24 % relatieve
reductie) in de prasugrelgroep ten
opzichte van de clopidogrelgroep maar
dit was geassocieerd met een significante
(32 %) toename in het aantal majeure en
levensbedreigende bloedingen, vooral in
de CABG-groep.4 De ACCOAST-studie
vergeleek de vroegtijdige toediening van
prasugrel (op het moment van diagnose)
bij patiënten met ACS, type NSTEMI,
met het toedienen van prasugrel na PCI.
Vroegtijdige behandeling met prasugrel
resulteerde niet in een reductie van het
aantal ischemische events in de ACS-patiënten
die PCI, CABG of een farmacologische
behandeling ondergingen.
Daarentegen was er een forse stijging
in het aantal majeure en levensbedreigende
bloedingen bij ACS-patiënten die
vroegtijdig met prasugrel behandeld werden,
wederom vooral in de met CABG
behandelde groep.5 De resultaten van
TRITON en ACCOAST suggereerden
dat het gebruik van de krachtigere P2Y12-inhibitoren gelimiteerd moet worden tot
die situaties waarin de coronaire anatomie
gekend was.4, 5 De PLATO-studie
vergeleek de toediening van ticagrelor
versus clopidogrel in ACS-patiënten
(zowel type STEMI als NSTEMI) op
het moment van opname in het ziekenhuis,
ongeacht van het type behandeling
(medicamenteus, CABG, PCI).
De reversibele P2Y12-inhibitor ticagrelor,
toonde een significante reductie aan van
het aantal ischemische events (vasculaire
dood, myocard infarct of stroke) en
totale sterfte zonder een significante toename
in het aantal majeure bloedingen
(ook niet in de aan CABG gerelateerde
bloedingen), ook bij patiënten waarbij
geen invasieve behandelingsstrategie
voorzien werd.6, 7 De ATLANTIC-studie
vergeleek de toediening van ticagrelor bij
STEMI-patiënten (bij wie PCI gepland
was) vanaf het eerste contact met een
hulpverlener ten opzichte van toediening
in het cathlab. Hoewel vroegtijdige
behandeling veilig was en resulteerde in
een sterke daling van het aantal stenttrombosen
30 dagen post-PCI (1,2 % in
de in ziekenhuis behandelde groep versus
0,2 % in de preziekenhuisgroep), was er
geen effect op verbetering van de pre-PCI coronaire reperfusie (mogelijk ten
gevolge van pharmacokinetische interacties
met morfine).8, 9
Hieruit besluiten we dat vroegtijdige
behandeling (pre-PCI) met prasugrel
niet aanbevolen is, in tegenstelling tot
ticagrelor, en dat bij patiënten met een
niet-invasieve behandeling ticagrelor de
voorkeur geniet. Op basis van de beschreven
studies is de ESC van oordeel dat
in patiënten met NSTEMI vroegtijdige
behandeling met clopidogrel/ticagrelor
noch aanbevolen, noch ontmoedigd kan
worden. Bij STEMI-patiënten wordt het
associëren van een P2Y12-inhibitor (ticagrelor
of prasugrel) geadviseerd zo snel
mogelijk na het stellen van de diagnose.
How long?
Een tweede belangrijke vraag is de duur
van DAPT in de groep van ACS-patiënten.
De huidige ESC-guidelines raden,
op basis van verschillende grote gerandomiseerde
trials,3, 4, 6 een behandelingsduur
aan van 9-12 maanden na ACS en 12
maanden na implantatie van een drug-eluting
stent (DES). Bij patiënten met
een hoog bloedingsrisico kan een kortere
termijn onder DAPT overwogen worden.
Verschillende groepen toonden aan dat
een verlengde duur van DAPT (meer dan
12 maanden) weinig effect had op harde
eindpunten zoals myocardinfarct (MI)
of cardiale dood en vooral het aantal
bloedingen verhoogde.10, 11 Deze resultaten
waren echter vooral gebaseerd op
registraties van kleine patiëntengroepen
met lage eventrates en laagrisicopatiënten.
Later volgden verschillende grote
gerandomiseerde trials om het effect van
verlengde DAPT-duur aan te tonen. De
DAPT-studie (12 versus 30 maanden
aspirine en clopidogrel/prasugrel) toonde
een reductie aan in het aantal stenttrombosen
en in het aantal cardiovasculaire
events in de 30 maanden behandelde
groep maar zonder significante reductie
(zelfs toename) van de totale mortaliteit.
Opnieuw werd een belangrijke prijs
van verhoogde bloedingen betaald in de
30 maandengroep.12 Hoewel een grote
meta-analyse van Elmariah et al. (14
DAPT-studies met wisselende behandelingsduur,
meer dan 69000 patiënten)
een toename van ‘overall mortality’ bij
patiënten onder verlengde therapie met
thiënopyridines kon uitsluiten, was er
opnieuw een slechte trend voor mortaliteit
in de richting van verlengde DAPT,
vermoedelijk te wijten aan de toename
van het aantal bloedingen.13 De PEGASUS-studie (gemiddeld 26 maanden
follow-up van patiënten onder 2 verschillende
dosissen ticagrelor, 1 tot 3 jaar
post-MI) kon wel een significante reductie
van cardiovasculaire dood, MI of
stroke aantonen bij > 1 jaar DAPT, maar
opnieuw met een prijs van meer bloedingen.
14 Udell et al. toonden aan dat vooral
patiënten post-MI voordeel hebben bij
meer dan 1 jaar DAPT.15 De ISARSAFE-studie (6 versus 12 maanden aspirine
en clopidogrel na DES-implantatie)
kon dan weer geen verschil aantonen op
gebied van harde eindpunten zoals MI,
dood, stenttrombose, stroke en majeure
bloedingen.
Het probleem bij het interpreteren van
al deze schijnbaar contrasterende resultaten
is dat een erg heterogene datagroep
in deze studies geïncludeerd werd (verschillende
risicoprofielen van patiënten,
verschillende DES-types, verschillende
P2Y12-inhibitoren, verschillen in secundaire
preventie en coronaire acces strategieën …). Daarom werd, op basis van de
DAPT-studie, een DAPT-scoresysteem
ontwikkeld (www.daptstudy.org/forclinicians/
score_calculator.htm) om het
bloedingsrisico en risico op recurrente
ischemische events in te schatten; een
score van 2 of meer suggereert een voordeel
in de richting van verlengde DAPT
en vice versa voor patiënten met een
score minder dan 2. Vermoedelijk is er
geen ‘one size fits all’-strategie en moet
het al dan niet verlengen van de DAPT
bij elke patiënt individueel overwogen
worden (figuur 1). Gebaseerd op deze
bevindingen, heeft de ESC in haar 2015
guidelines (NSTE-ACS) de deur open
gezet om in geselecteerde patiënten meer dan 1 jaar DAPT te voorzien (klasse
IIbA).
Combined with anticoagulation?
Een subgroep van patiënten die onze bijzondere
aandacht vragen zijn die patiënten
die zich presenteren met een ACS en
gelijktijdig nood hebben aan orale anticoagulerende
therapie. Deze groep stelt
artsen vaak voor een moeilijk therapeutisch
dilemma. Cruciaal in dit vraagstuk
is opnieuw een goede balans te vinden
tussen enerzijds voorkomen van (recidief)
ischemie en anderzijds bloedingsproblemen
zo laag mogelijk houden.
Vanuit voorgaande studies (figuur 2)
weten we dat DAPT superieur is aan
orale anticoagulatie (OAC) post-PCI16
en dat OAC superieur is aan DAPT in
de behandeling van voorkamerfibrillatie
(VKF) (ACTIVE-studie).17 Vanuit deze
perceptie is het idee ontstaan dat deze
welbepaalde patiëntengroep benefit zou
ondervinden van een ‘triple’ antitrombotische
therapie. Gezien het hoog aantal
mogelijke medicamenteuze combinaties,
gezien de heterogene populatiegroep bij
wie triple therapie opgestart kan worden
en aangezien we ons in een tijdperk
bevinden waar verschillende generaties
van coronaire stents zichzelf snel opvolgen,
is het onnodig te zeggen dat ‘triple’
therapie een erg complexe materie vormt
binnen het onderzoek en de dagelijkse
klinische praktijk. De WOEST-studie
vergeleek de outcome van patiënten die
PCI ondergingen onder triple antitrombotische
therapie met patiënten onder
duale therapie (clopidogrel plus vitamine
K-antagonist (VKA)). WOEST toonde
aan dat het gebruik van clopidogrel
zonder aspirine geassocieerd was met een
significante reductie in (mineure, niet
majeure) bloedingen, zonder een stijging
van het aantal trombotische events.18
Deze bevindingen werden ook bevestigd
in een grote retrospectieve Deense
cohortstudie.19 Aangezien de WOEST-studie
vermoedelijk ‘underpowered’ was
en triple therapie langdurig ingesteld
werd (periode van 1 jaar), werden deze
gegevens voorlopig niet opgenomen in
de huidige ESC-guidelines omtrent triple
therapie post-ACS. De ISAR-Triple-studie
(triple therapie onder vorm van VKA,
clopidogrel en aspirine) toonde aan dat 6
weken triple therapie na implantatie van
DES niet superieur was aan 6 maanden
triple therapie op gebied van recidief
ischemische events en bloedingen.20 Dit
toont wederom aan dat een behandeling
van korte of lange duur met drie
antitrombotica op het individueel profiel
van de patiënt afgestemd moet worden
(individuele balans tussen ischemie
en bloeding). Patiënten in WOEST en
ISAR-Triple werden allen behandeld met
VKA. Gebaseerd op een grote metaanalyse
van Ruff et al. die aantoonde dat
Non-VKA oral anticoagulants (NOACs)
superieur zijn aan VKA in de behandeling
van VKF, valt een betere outcome te
verwachten in de patiëntengroep onder
triple therapie met NOACs maar dit zal
zeker niet het verhoogde bloedingsrisico
van triple therapie versus DAPT volledig
doen verdwijnen.
In het algemeen worden bij patiënten
met VKF die PCI moeten ondergaan
best de volgende regels in acht genomen:
I) reflecteer goed over de indicatie tot
stenting (eens de stent geïmplanteerd
is: no point of return); II) herevalueer
de nood tot (N)OAC (met behulp
van CHA2DS2-VASc en HAS-BLED-score);
III) vermijd bloedingscomplicaties
(radiale procedure, beperk GPIIb/
IIIa-inhibitoren); IV) keuze van de stent
(bare-metal stent versus laatstegeneratie-
DES); V) keuze van P2Y12-inhibitor (clopidogrel
als eerste keuze in combinatie
met (N)OAC); VI) keuze van de (N)
OAC (zo VKA: houd INR tussen 2,0 en
2,5, zoNOAC: overweeg dosisverlaging).
VII) zo indicatie tot PCI: geef heparine
voor de procedure bij patiënten onder
NOAC, geef alleen heparine bij VKA-patiënten
zo INR lager dan 2. Op basis
van de huidige literatuur en aanbevelingen
heeft een taskforce onder leiding van
Gregory Lip aanbevelingen opgesteld
voor de antitrombotische behandeling
van patiënten met VKF die zich presenteren
met ACS of PCI/klepinterventies
moeten ondergaan. Een schematisch
overzicht van deze aanbevelingen is terug
te vinden in figuur 3.
Conclusie
Het gebruik, het startpunt en de duur
van duale antiplaatjestherapie en triple
anticoagulerende therapie bij patiënten
die zich presenteren met een ACS en al
dan niet PCI ondergaan is een complex
vraagstuk dat moeilijk in één algemene
richtlijn gegoten kan worden. Hoewel
de literatuur soms tegenstrijdige antwoorden
geeft op dit vraagstuk lijkt
het duidelijk te zijn dat een individuele
afweging tussen het risico op recurrente
ischemische events versus het risico op
(majeure) bloeding moet gemaakt worden
en dit voor elke patiënt afzonderlijk.
Sommige tools zoals de CHA2DS2-
VASc-score, de HAS-BLED-score en de
DAPT-score kunnen ons helpen bij het
identificeren van die patiënten bij wie
voortgezette DAPT na 1 jaar een winst
kan opleveren.
Het zal dan ook de komende jaren
uitkijken zijn naar de resultaten van
tal van grote gerandomiseerde trials die
het belang van langdurige therapie en/
of triple therapie bij patiënten met ACS
zullen aantonen. Enkele voorbeelden van
deze (meestal complexe) studieprotocollen zijn: RE-DUAL PCI (evaluatie dabigatran
versus triple therapie met VKA bij
patiënten met VKF die PCI ondergaan,
PIONEER) (lage dosis rivaroxaban versus
VKA in patiënten met VKF die PCI
ondergaan), AUGUSTUS (apixaban versus
VKA in patiënten met VKF en ACS
of PCI), GLOBAL LEADERS (ticagrelor
plus aspirine voor 1 maand, gevolgd
door 23 maanden ticagrelor versus standaard
DAPT gedurende 12 maanden
bij patiënten die DES geïmplanteerd
kregen) en GEMINI (rivaroxaban versus
aspirine in associatie met ticagrelor of
clopidogrel bij patiënten met ACS). Ten
slotte moet ook nog vermeld worden dat
bij VKF-patiënten met een belangrijke
contra-indicatie voor langdurige DAPT,
gecombineerd met OAC, en die PCI
moeten ondergaan, percutane sluiting
van het linker hartoortje een waardig
alternatief kan zijn (klasse IIbB).
Referenties
- Henry, K., Erice, A., Tierney, C., Balfour, H.H., Jr., Fischl,
M.A., Kmack, A. et al. A randomized, controlled,
double-blind study comparing the survival benefit of
four different reverse transcriptase inhibitor therapies
(three-drug, two-drug, and alternating drug) for the
treatment of advanced AIDS. AIDS Clinical Trial Group
193A Study Team. J Acquir Immune Defic Syndr Hum
Retrovirol, 1998, 19 (4), 339-349.
- Lewis, B.S.,Mehta, S.R., Fox, K.A., Halon, D.A., Zhao, F.,
Peters, R.J. et al. Benefit of clopidogrel according to
timing of percutaneous coronary intervention in patients
with acute coronary syndromes: further results
from the Clopidogrel in Unstable angina to prevent
Recurrent Events (CURE) study. Am Heart J, 2005, 150
(6), 1177-1184.
- Yusuf, S., Zhao, F., Mehta, S.R., Chrolavicius, S., Tognoni,
G., Fox, K.K. et al. Effects of clopidogrel in addition
to aspirin in patients with acute coronary syndromes
without ST-segment elevation. N Engl J Med, 2001,
345 (7), 494-502.
- Wiviott, S.D., Braunwald, E.,McCabe, C.H., Montalescot,
G., Ruzyllo,W., Gottlieb, S. et al. Prasugrel versus
clopidogrel in patients with acute coronary syndromes.
N Engl J Med, 2007, 357 (20), 2001-2015.
- Montalescot, G., Bolognese, L., Dudek, D., Goldstein, P.,
Hamm, C., Tanguay, J.F. et al. Pretreatment with prasugrel
in non-ST-segment elevation acute coronary
syndromes. N Engl J Med, 2013, 369 (11), 999-1010.
- Wallentin, L., Becker, R.C., Budaj, A., Cannon, C.P.,
Emanuelsson, H., Held, C. et al. Ticagrelor versus clopidogrel
in patients with acute coronary syndromes.
N Engl J Med, 2009, 361 (11), 1045-1057.
- James, S.K., Roe, M.T., Cannon, C.P., Cornel, J.H., Horrow,
J., Husted, S. et al. Ticagrelor versus clopidogrel
in patients with acute coronary syndromes intended
for non-invasive management: substudy from prospective
randomised PLATelet inhibition and patient
Outcomes (PLATO) trial. BMJ, 2011, 342, d3527.
- Kubica, J., Adamski, P., Ostrowska, M., Sikora, J., Kubica,
J.M., Sroka, W.D. et al. Morphine delays and attenuates
ticagrelor exposure and action in patients
with myocardial infarction: the randomized, doubleblind,
placebo-controlled IMPRESSION trial. Eur Heart
J, 2016, 37 (3), 245-252.
- Montalescot, G., van ‘t Hof, A.W., Lapostolle, F., Silvain,
J., Lassen, J.F., Bolognese, L. et al. Prehospital
ticagrelor in ST-segment elevationmyocardial infarction.
N Engl J Med, 2014, 371 (11), 1016-1027.
- Gwon, H.C., Hahn, J.Y., Park, K.W., Song, Y.B., Chae, I.H.,
Lim, D.S. et al. Six-month versus 12-month dual antiplatelet
therapy after implantation of drug-eluting
stents: the Efficacy of Xience/Promus Versus Cypher
to Reduce Late Loss After Stenting (EXCELLENT) randomized,
multicenter study. Circulation, 2012, 125
(3), 505-513.
- Valgimigli,M., Campo, G.,Monti,M., Vranckx, P., Percoco,
G., Tumscitz, C. et al. Short- versus long-term
duration of dual-antiplatelet therapy after coronary
stenting: a randomized multicenter trial. Circulation,
2012, 125 (16), 2015-2026.
- Mauri, L., Kereiakes, D.J., Yeh, R.W., Driscoll-Shempp,
P., Cutlip, D.E., Steg, P.G. et al. Twelve or 30 months of
dual antiplatelet therapy after drug-eluting stents. N
Engl J Med, 2014, 371 (23), 2155-2166.
- Elmariah S, Mauri L, Doros G, Galper BZ, O’Neill KE,
Steg PG, et al. Extended duration dual antiplatelet
therapy andmortality: a systematic reviewandmetaanalysis.
Lancet, 2015, 385 (9970), 792-798.
- Bonaca,M.P., Bhatt, D.L., Cohen,M., Steg, P.G., Storey,
R.F., Jensen, E.C. et al. Long-term use of ticagrelor
in patients with prior myocardial infarction. N Engl J
Med, 2015, 372 (19), 1791-1800.
- Udell, J.A., Bonaca, M.P., Collet, J.P., Lincoff, A.M., Kereiakes,
D.J., Costa, F. et al. Long-termdual antiplatelet
therapy for secondary prevention of cardiovascular
events in the subgroup of patients with previous
myocardial infarction: a collaborative meta-analysis
of randomized trials. Eur Heart J, 2016, 37 (4), 390-399.
- Schomig, A., Neumann, F.J., Kastrati, A., Schuhlen,
H., Blasini, R., Hadamitzky, M. et al. A randomized
comparison of antiplatelet and anticoagulant therapy
after the placement of coronary-artery stents. N Engl
J Med, 1996, 334 (17), 1084-1089.
- Investigators AWGotA, Connolly, S., Pogue, J., Hart,
R., Pfeffer, M., Hohnloser, S. et al. Clopidogrel plus
aspirin versus oral anticoagulation for atrial fibrillation
in the Atrial fibrillation Clopidogrel Trial with
Irbesartan for prevention of Vascular Events (ACTIVE
W): a randomised controlled trial. Lancet, 2006, 367
(9526), 1903-1912.
- Dewilde, W.J., Oirbans, T., Verheugt, F.W., Kelder, J.C.,
De Smet, B.J., Herrman, J.P. et al. Use of clopidogrel
with or without aspirin in patients taking oral anticoagulant
therapy and undergoing percutaneous
coronary intervention: an open-label, randomised,
controlled trial. Lancet, 2013, 381 (9872), 1107-1115.
- Lamberts, M., Gislason, G.H., Olesen, J.B., Kristensen,
S.L., Schjerning, Olsen, A.M., Mikkelsen, A. et al. Oral
anticoagulation and antiplatelets in atrial fibrillation patients aftermyocardial infarction and coronary intervention.
J Am Coll Cardiol, 2013, 62 (11), 981-989.
- Fiedler, K.A., Maeng, M., Mehilli, J., Schulz-Schupke,
S., Byrne, R.A., Sibbing, D. et al. Duration of Triple Therapy
in Patients Requiring Oral Anticoagulation After
Drug-Eluting Stent Implantation: The ISAR-TRIPLE
Trial. J Am Coll Cardiol, 2015, 65 (16), 1619-1629.
- Palmerini, T., Stone, G.W. Optimal duration of dual
antiplatelet therapy after drug-eluting stent implantation:
conceptual evolution based on emerging
evidence. Eur Heart J, 2016, 37 (4), 353-364.
- Lip, G.Y., Windecker, S., Huber, K., Kirchhof, P., Marin,
F., Ten Berg, J.M. et al.Management of antithrombotic
therapy in atrial fibrillation patients presenting with
acute coronary syndrome and/or undergoing percutaneous
coronary or valve interventions: a joint consensus
document of the European Society of Cardiology
Working Group on Thrombosis, European Heart
RhythmAssociation (EHRA), European Association of
Percutaneous Cardiovascular Interventions (EAPCI)
and European Association of Acute Cardiac Care
(ACCA) endorsed by the Heart Rhythm Society (HRS)
and Asia-Pacific Heart Rhythm Society (APHRS). Eur
Heart J, 2014, 35 (45), 3155-3179.
Niets van de website mag gebruikt worden voor reproductie, aanpassing, verspreiding, verkoop, publicatie of commerciële doeleinden zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Het is ook verboden om deze informatie elektronisch op te slaan of te gebruiken voor onwettige doeleinden.